“De kaboutertjes ruimen toch niet alles op?”

De kaboutertjes ruimen toch niet alles op?
Het gebeurde tijdens een teamtraining in een internaat waar kinderen van 0 tot 12 jaar wonen. Zoals in elk gezin met kleine kinderen is het ook daar ’s ochtends spitsuur. Tandenpoetsen, haren kammen, gymspullen bij elkaar zoeken, boterhammen smeren…… “0pschieten, want busje komt zo.”
De medewerkers vinden het belangrijk dat juist deze toch al beschadigde kinderen in alle rust naar school kunnen gaan. Dus die onrust vinden ze niet fijn.
Dan ontstaat het volgende gesprek. “En dan moet de tafel ook nog afgeruimd!”, roept een medewerker. “Wanneer de kinderen de deur uit zijn, moeten jullie daarna weer aan het werk of is het even rustig?”, vraag ik. “Nee, dan hoeven we niet direct iets te doen en kunnen we even bijkomen,” is het antwoord. “Hoe zou het zijn om dan de tafel af te ruimen?” “Maar dat kan toch niet, de kinderen moeten toch weten dat de kaboutertjes niet alles opruimen?”

Een mooier antwoord kun je als trainer niet krijgen. Hier speelden eigen overtuigingen en opvoedingswaarden op de achtergrond mee bij iets simpels als de tafel afruimen. Zowel rust als opruimen zijn belangrijk in de opvoeding. Het dilemma kwam daarmee helder op tafel: kies ik voor rust of voor opruimen in deze situatie? Het team koos rust. Want voor de opruimingsles zijn genoeg andere momenten op een dag.